Uitspraak
wonende te [plaats],
gevestigd te [plaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
het aanvullend arrest van 5 augustus 2014.
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 juni 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond een beroep tot cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over kennelijk onredelijk ontslag en de vraag of de reden voor ontslag vals was.
De kantonrechter en het hof hadden reeds geoordeeld over de arbeidsgeschiktheid van de werknemer en de rechtmatigheid van het ontslag. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en bevestigt het oordeel van het hof.
Het cassatieberoep van eiser werd verworpen omdat de aangevoerde klachten niet voldeden aan de criteria van art. 81 lid 1 RO Pro, die bepaalt dat cassatie alleen wordt toegestaan bij belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.