ECLI:NL:HR:2015:1685

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2015
Publicatiedatum
18 juni 2015
Zaaknummer
14/04471
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij kennelijk onredelijk ontslag en valse reden

In deze zaak stond een beroep tot cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over kennelijk onredelijk ontslag en de vraag of de reden voor ontslag vals was.

De kantonrechter en het hof hadden reeds geoordeeld over de arbeidsgeschiktheid van de werknemer en de rechtmatigheid van het ontslag. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en bevestigt het oordeel van het hof.

Het cassatieberoep van eiser werd verworpen omdat de aangevoerde klachten niet voldeden aan de criteria van art. 81 lid 1 RO Pro, die bepaalt dat cassatie alleen wordt toegestaan bij belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

19 juni 2015
Eerste Kamer
14/04471
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [plaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 672964 CV EXPL 11-5021 van de kantonrechter te Bergen op Zoom van 22 februari 2012 en 27 februari 2013;
b. het arrest in de zaak HD 200.128.983/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 april 2014 en
het aanvullend arrest van 5 augustus 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 22 april 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
19 juni 2015.