ECLI:NL:HR:2015:1738

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
15/00681
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 sub b Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot cassatie in WSNP-procedure wegens goede trouw en goede procesorde

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verzoeker verworpen. Het geding betrof een verzoek tot toelating tot cassatie in een procedure rondom de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

De rechtbank Limburg en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch hadden eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het verzoek tot toelating tot cassatie afwees. Verzoeker stelde hiertegen beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Advocaat-Generaal had geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd daarom zonder nadere motivering verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van relevante rechtsvragen.

Uitspraak

26 juni 2015
Eerste Kamer
15/00681
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/01/286014/FT RK 14-1716 van de rechtbank Limburg van 6 januari 2015;
b. het arrest in de zaak 200.162.726/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 februari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullende cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met afdoening met behulp van art. 81 lid 1 RO Pro in overweging.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 28 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 juni 2015.