Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
3 februari 2015.
Hoge Raad
De verdachte stond van 6 november 2012 tot 7 maart 2014 ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Grootegast op een ander adres dan waar de dagvaarding in hoger beroep werd betekend. Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, ondanks dat pogingen tot uitreiking op verschillende adressen faalden en de dagvaarding uiteindelijk aan de griffier werd uitgereikt.
De Hoge Raad stelde vast dat de dagvaarding niet overeenkomstig art. 588 Sv Pro was betekend, omdat de feitelijke inschrijving van de verdachte in de basisadministratie op een ander adres stond dan waar de dagvaarding werd aangeboden. Hierdoor is de dagvaarding nietig. Het hof had dit onjuist beoordeeld door de betekening als geldig te beschouwen.
Het beroep in cassatie van de verdachte is gegrond verklaard, het bestreden arrest is vernietigd en de dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard. De Hoge Raad heeft daarmee het belang van correcte betekening van processtukken benadrukt om de rechtsgeldigheid van het proces te waarborgen.
Uitkomst: Het bestreden arrest is vernietigd en de dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening.