ECLI:NL:HR:2015:263

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2015
Publicatiedatum
10 februari 2015
Zaaknummer
12/05564
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak profijtontneming ondanks overschrijding redelijke termijn

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de betrokkene verworpen tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene werd bijgestaan door mr. S. Schuurman.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Desondanks leidt deze termijnoverschrijding niet tot cassatoire gevolgen in deze zaak, mede omdat de compensatie voor de overschrijding zal worden toegepast in de hoofdzaak die eveneens in cassatie is aanhangig.

De Hoge Raad acht geen aanleiding om aan het oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn rechtsgevolgen te verbinden en volstaat met het constateren daarvan. Het beroep in cassatie wordt derhalve verworpen. Deze uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 10 februari 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn; compensatie wordt toegepast in de hoofdzaak.

Uitspraak

10 februari 2015
Strafkamer
nr. S 12/05564 P
MD/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, zitting houdende te Arnhem, van 23 november 2012, nummer 24/000189-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1.
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak, welke in cassatie aanhangig is onder nr. 12/05559, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. De compensatie tot welke de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, zal worden toegepast in de hoofdzaak.
3.2.
Gelet hierop is er geen aanleiding om in de onderhavige zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2015.