Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof voorbij is gegaan aan (i) het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de ontnemingsvordering slechts op één tapgesprek is gebaseerd en waarbij de inhoud van dat tapgesprek is betwist, en (ii) het verweer waarbij wordt verwezen naar de vermogensbestanddelen van de betrokkene, in dier voege dat de waarde van het onder de betrokkene gelegde conservatoir beslag in geen verhouding staat tot de ontnemingsvordering, dan wel dat ’s Hofs motivering met betrekking tot de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist is, althans onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Het
tweede middelklaagt, als ik het goed begrijp, in dezelfde zin maar dan toegespitst op het oordeel van het Hof dat de berekende winstmarge kan worden geëxtrapoleerd naar de andere door de betrokkene verrichte transacties. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
.Gelet op de voorgaande uitleg van de tapgesprekken is de door het Openbaar Ministerie gehanteerde marge om twee redenen geen aannemelijke stelling.
Als er meer tapgesprekken waren geweest, zouden ze wel in het dossier geplaatst zijn.Niet blijkt uit het pv dat er daadwerkelijk gezocht is naar documentatie die de stelling van cliënt kan onderbouwen.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
andere(dus niet: alle, waar de steller van het middel van uitgaat) transacties, in het licht van de inhoud van dat telefoongesprek en hetgeen de raadsman ter terechtzitting te dien aanzien naar voren heeft gebracht niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij heb ik tevens in aanmerking genomen de daarmee samenhangende onderbouwde overweging van het Hof dat de verklaring van de betrokkene, inhoudende dat hij voor iedere door hem verrichte transactie slechts een bedrag van tussen de € 50,- en € 200,- zou hebben ontvangen, niet aannemelijk heeft geacht. Ook dat oordeel acht ik gelet op de door het Hof berekende winstmarge van 3,508% niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
derde middelklaagt in samenhang met de daarop gegeven toelichting dat het Hof ten onrechte voorbij is gegaan aan de stelling van de verdediging dat de betrokkene kosten heeft gemaakt voor benzine en een bedrag heeft moeten afstaan aan degene wiens naam hij gebruikte, zodat bij gebreke van nadere informatie pondspondsgewijze toerekening dient plaats te vinden, althans dat de motivering van het Hof met betrekking tot de vaststelling van het wederrechtelijk voordeel onjuist, althans onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is.