Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het vierde namens de verdachte voorgestelde middel
parketnr. 16-711030-08 onder 2 en onder parketnr. 16-600905-08 onder 1 primair bewezenverklaarde.
4.Slotsom
5.Beslissing
6 oktober 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte veroordeeld voor moord, poging tot beroving met geweld en wapenhandel. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden uitsluitend wat betreft de strafoplegging. Het hof had ten onrechte de strafoplegging opgesplitst in meerdere straffen voor verschillende feiten, terwijl volgens art. 423, vierde lid, Sv één straf voor alle feiten moet worden opgelegd en gemotiveerd.
De feiten betreffen moord op 13 januari 2008 in Utrecht, poging tot beroving met geweld op 6 februari 2008 in Eindhoven, en wapenhandel op 21 maart 2008 in Rotterdam. De verdachte was kort voor de moord vrijgekomen na een lange gevangenisstraf voor geweldsdelicten met wapens. Het hof legde een gevangenisstraf van 22 jaar op, waarbij strafverzwarende omstandigheden zoals recidive en ernst van het misdrijf werden meegewogen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft aangenomen dat alleen de strafoplegging voor het moordfeit was vernietigd in een eerder arrest. De strafoplegging voor alle feiten moet in één gemotiveerde beslissing worden vastgesteld. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde strafbepaling door het hof.