ECLI:NL:HR:2015:3098

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/02846
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 285 lid 1 onder f FwArt. 287 lid 2 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in WSNP-procedure zonder nadere motivering

De zaak betreft een verzoeker die in het geding was omtrent een schuldsaneringsprocedure natuurlijke personen (WSNP). Voorafgaand aan het cassatieberoep waren er vonnissen van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag, waarin het verzoek tot toelating tot de WSNP niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 285 lid 1 onder Pro f van de Faillissementswet.

De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, waarbij het hof het verzoek tot toelating tot de WSNP had afgewezen. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was nadere motivering te geven omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot toelating tot de WSNP en wees het cassatieberoep af. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt bevestigd.

Uitspraak

16 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02846
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/484332/FT RK 15-462 van de rechtbank Den Haag van 29 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.169.329/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 oktober 2015.