ECLI:NL:HR:2015:3200

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2015
Publicatiedatum
2 november 2015
Zaaknummer
14/06081
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam in strafzaak

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 augustus 2014. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Buruma, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 3 november 2015.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

3 november 2015
Strafkamer
nr. S 14/06081
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 augustus 2014, nummer 23/000095-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.M. Tason-Avila, advocaat te Amstelveen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 november 2015.