Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 november 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 augustus 2014. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Buruma, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 3 november 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.