Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 november 2015.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 september 2013 in een strafzaak. De raadsman van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad stelt vast dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 3 november 2015.
Deze beslissing betekent dat het oordeel van het gerechtshof in stand blijft en dat het cassatieberoep van verdachte niet wordt gehonoreerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.