Conclusie
De verdachte had, met het oog op de import in Australië van motoronderdelen, daar een onderneming opgericht en was betrokken bij een eerste zending naar Australië van een container met kratten waarin zich motorblokken bevonden. In Duitsland, te Eschweiler, werden op een bedrijfsterrein de motorblokken met daarin de 104 kilogram xtc-tabletten onderschept en in beslag genomen. De drugs waren uit Nederland afkomstig. De verdachte heeft altijd ontkend hiervan iets te hebben geweten. Van de eenentwintig door het hof Amsterdam gebezigde bewijsmiddelen maken er slechts vier melding van de verdachte en van die vier bewijsmiddelen zijn er slechts twee (nrs. 16 en 17) die duiden op de wetenschap van de verdachte van de xtc in de motorblokken. Deze twee bewijsmiddelen bevatten verklaringen die de medeverdachte [betrokkene 1] bij de Duitse politie heeft afgelegd en waarin hij verklaart dat het de bedoeling was dat de xtc-tabletten in Duitsland in de motorblokken zouden worden verstopt voor de export naar Australië en dat de verdachte daarvan wist. De vader van de verdachte (‘opa’ genoemd) beschikte over het adres waar de tabletten moesten worden afgeleverd en de verdachte wist waar hij de spullen dan moest afhalen. Vader en zoon werkten samen, aldus [betrokkene 1] . [betrokkene 1] is in Duitsland voor onder meer zijn betrokkenheid bij dit feit veroordeeld.
De belastende verklaringen van [betrokkene 1] zijn door de verdediging betwist en de verdediging heeft verzocht hem in hoger beroep als getuige te horen. Ter terechtzitting in hoger beroep op 6 augustus 2004 heeft [betrokkene 1] geweigerd vragen te beantwoorden en zich op zijn verschoningsrecht beroepen: er was een uitlevering ophanden in verband met zijn vervolging in Nederland ter zake van deelneming aan een criminele organisatie. Het hof heeft de verklaringen van [betrokkene 1] , zoals hiervoor vermeld, desalniettemin voor het bewijs gebruikt.
eerste middelbevat de klacht dat het hof art. 6 lid 1 en Pro lid 3 onder d EVRM heeft geschonden door de verklaringen van de getuige [betrokkene 1] voor het bewijs te gebruiken. Het middel valt in drie onderdelen uiteen:
Op de vragen van de raadsheer-commissaris antwoord ik als volgt:
Op de vragen van de raadsman antwoord ik als volgt:
Op schriftelijke vragen van de advocaat-generaal antwoord ik als volgt:
Op vragen van de raadsheer-commissaris antwoord ik als volgt:
tweede middelbevat de klacht dat (a) het medeplegen en (b) het buiten het grondgebied van Nederland brengen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring op deze punten ontoereikend is gemotiveerd. Het oordeel van het hof ten aanzien van het medeplegen zou bovendien blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting.
invoer in Australië niet ten laste gelegd
geen bewuste en nauwe samenwerking
derde middelklaagt dat het hof het verweer dat de redelijke termijn is overschreden ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft verworpen.