Uitspraak
gevestigd te Hoofddorp,
voorheen handelend onder de naam
[A],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
13 november 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal welke maatstaf moet worden gehanteerd bij de beoordeling van onrechtmatige beslaglegging indien de hoofdvordering slechts gedeeltelijk wordt toegewezen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en bevestigt de geldende rechtsregels zonder nadere motivering.
De procedure betrof een cassatieberoep van AHP Manufacturing B.V. (Wyeth) tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarbij ook een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep was ingesteld door ED & F Man Nederland B.V. (voorheen handelend onder de naam [A]). Beide partijen vorderden onder meer wettelijke rente over proceskosten.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en verwerpt het cassatieberoep. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Wyeth tot betaling van de kosten van het cassatiegeding, inclusief wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. De uitspraak bevestigt de bestaande rechtspraak omtrent beslagrecht en de gevolgen van een schikking in de hoofdzaak voor de kosten van beslag en vervangende bankgarantie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en Wyeth wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het cassatiegeding.