Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
15 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk nalaten tijdig benodigde gegevens te verstrekken, wat kan leiden tot bevoordeling van zichzelf of een ander. Het hof legde een taakstraf van 120 uren op, subsidiair 60 dagen hechtenis, met als motivering dat de verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld. Deze vaststelling bleek echter niet te steunen op het Uittreksel Justitiële Documentatie, waardoor de strafmotivering onvoldoende was.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel over de strafmotivering terecht was voorgesteld en dat het arrest van het hof vernietigd moest worden, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot behandeling. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 15 december 2015, waarbij de vice-president en twee raadsheren het arrest wezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.