Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte heeft nagelaten in het bijzonder de redenen op te geven op grond waarvan het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaring van getuige [betrokkene 1] niet voor het bewijs gebruikt diende te worden.
2. Een geschrift, zijnde een rapportage van de Belastingdienst, d.d. 2 december 2005, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina 42 t/m 45 van bijlage A).
3. Een geschrift, zijnde een rapportage van de Belastingdienst, d.d. 18 november 2008, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina 46 t/m 49 van bijlage A).
4. Een geschrift, zijnde een rapportage van de Belastingdienst, d.d. 5 december 2008, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina 52 t/m 54 van bijlage A).
5. Een geschrift, zijnde een rapportage van de Belastingdienst, d.d. 16 februari 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina 57 t/m 59 van bijlage A).
6. Een geschrift, zijnde een rapportage van de Belastingdienst, d.d. 1 april 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1] en [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina 75 t/m 78 van bijlage A).
7. Een geschrift, zijnde een rapportage van de Belastingdienst, d.d. 2 september 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina 89 en 90 van bijlage A).
8. Een geschrift, zijnde een exploitatievergunning, d.d. 31 oktober 2005, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 4]
9. Een geschrift, zijnde een exploitatievergunning, d.d. 26 oktober 2006, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 4] .
10. Een geschrift, zijnde een exploitatievergunning, d.d. 5 augustus 2008, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 4] .
11. Een geschrift, zijnde een exploitatievergunning, d.d. 5 augustus 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 4] .
12. Een geschrift, zijnde een rechtmatigheidformulier Afdeling sociale zaken te Huizen, d.d. 18 september 2006 (doorgenummerde pagina 100 van bijlage A).
13. Een geschrift, zijnde een rechtmatigheidformulier Afdeling sociale zaken te Huizen, d.d. 14 december 2006 (doorgenummerde pagina 103 van bijlage A).
14. Een geschrift, zijnde een rechtmatigheidformulier Afdeling sociale zaken te Huizen, d.d. 18 januari 2007 (doorgenummerde pagina 104 van bijlage A).
15. Een geschrift, zijnde een rechtmatigheidformulier Afdeling sociale zaken te Huizen, d.d. 13 december 2007 (doorgenummerde pagina 107 van bijlage A).
16. Een geschrift, zijnde een heronderzoekformulier WWB, d.d. 8 september 2008 (doorgenummerde pagina 124 t/m 130 van bijlage A).
17. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 090005/10 van 14 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde sociaal rechercheurs [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina 1 t/m 6 van bijlage C).
18. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 8 februari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] (doorgenummerde pagina 16 t/m 22 van bijlage C).
19. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 8 februari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] (doorgenummerde pagina 24 t/m 35 van bijlage C).
20. Een proces-verbaal van uitkeringsfraude met nummer 090005/10 van 29 april 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde verbalisant [verbalisant 6] ' (doorgenummerde pagina 16).
tweede middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, althans onvoldoende begrijpelijk is, omdat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan volgen dat verdachte “opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan de gemeente Huizen waarvan verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van het recht van verdachte op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten van een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van voornoemde verstrekking of tegemoetkoming.”
derde middelwordt geklaagd over de strafmotivering van het hof, die volgens de steller van het middel niet zonder meer begrijpelijk is, omdat het hof heeft overwogen dat uit de justitiële documentatie van de verdachte blijkt dat hij eerder voor strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld, terwijl uit die justitiële documentatie slechts kan volgen dat de verdachte eenmaal eerder onherroepelijk voor één strafbaar feit is veroordeeld.