ECLI:NL:HR:2015:3615

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2015
Publicatiedatum
17 december 2015
Zaaknummer
15/04027
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken goede trouw in WSNP

De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het verzoek tot schuldsanering werd afgewezen vanwege het ontbreken van goede trouw van de verzoeker. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Gelderland en het hof Arnhem-Leeuwarden.

In cassatie werd betoogd dat het arrest van het hof onjuist was, maar de Procureur-Generaal stelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad overwoog dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de verzoeker onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van artikel 80a lid 1 RO in WSNP-zaken en benadrukt het belang van goede trouw bij verzoeken tot schuldsanering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende belang en goede trouw.

Uitspraak

18 december 2015
Eerste Kamer
15/04027
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/05/271616/FT RK 14/2089 van de rechtbank Gelderland van 2 december 2014;
b. het arrest in de zaak 200.160.977 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 augustus 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van art. 80a lid 1 RO.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 11 tot en met 19).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
18 december 2015.