ECLI:NL:HR:2015:3620

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2015
Publicatiedatum
17 december 2015
Zaaknummer
14/04737
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake handhaving cao voor uitzendkrachten door stichting

Eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 mei 2014, waarin het hof de handhaving van de cao voor uitzendkrachten door de Stichting Naleving Cao voor Uitzendkrachten (SNCU) bevestigde.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de kantonrechter te Den Helder en het arrest van het hof Amsterdam. De stichting was in cassatie niet verschenen, en tegen haar is verstek verleend.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van eisers reageerde. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de stichting nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadheren en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

18 december 2015
Eerste Kamer
14/04737
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
gevestigd te [plaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [plaats],
3. [eiser 3],
wonende te [plaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
De STICHTING NALEVING CAO VOOR UITZENDKRACHTEN,
gevestigd te Barendrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en SNCU.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 361968\CV EXPL 11-699 WG van de kantonrechter te Den Helder van 9 juni 2011, 26 april 2012 en 16 augustus 2012;
b. het arrest in de zaak 200.122.705/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen SNCU is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SNCU begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadshere A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
18 december 2015.