Uitspraak
20 februari 2015
Eerste Kamer
14/04526
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1.Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking in deze zaak van 7 november 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3123).
De beschikking van 7 november 2014 is aan deze beschikking gehecht.
2.Het tweede geding in cassatie
Tegen de beschikking van 7 november 2014 heeft [verzoeker] een verzetschrift ingediend.
Het verzetschrift is aan deze beschikking gehecht een maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzet.
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzet
Het verzet is niet-ontvankelijk op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzet.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
20 februari 2015.
20 februari 2015.