Uitspraak
1.Geding in cassatie
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
3.Beslissing
3 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter en stelde het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen in, maar pas later. De verdediging voerde aan dat de verdachte mocht aannemen dat de zaak zou worden aangehouden omdat eerst getuigen zouden worden gehoord, onderbouwd met faxen en telefonisch contact met een betrokkene.
Het hof oordeelde echter dat er geen aanwijzingen waren dat de behandeling zou worden geschorst en dat de verdachte na de zittingsdatum niet heeft geïnformeerd naar het verdere verloop, wat in de gegeven situatie wel had moeten gebeuren. Hierdoor was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie verworpen en bevestigt hiermee de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. De motivering van het hof wordt als toereikend beoordeeld.
Uitkomst: De verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.