ECLI:NL:HR:2015:68

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 januari 2015
Publicatiedatum
15 januari 2015
Zaaknummer
14/01180
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5b, lid 5 AWR (tekst 2012)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke bestuurszaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen een beschikking van de Staatssecretaris van Financiën werd behandeld. Deze beschikking betrof een belastingrechtelijke aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 5b, lid 5, AWR (tekst 2012).

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de ingediende middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden. Er waren geen rechtsvragen die beantwoord moesten worden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarnaast achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

16 januari 2015
Nr. 14/01180
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 4 februari 2014, nr. 13/00723, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. AWB 13/984) betreffende de aan belanghebbende afgegeven beschikking als bedoeld in artikel 5b, lid 5, AWR (tekst 2012).

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015.