Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
“tarieven die de integrale kostprijs van de verrichte diensten of de geleverde goederen te boven gaan teneinde een voordeel te behalen”.Dit wordt hierna uitvoeriger toegelicht vanaf onderdeel 1.8. Vastgesteld kan worden dat de bestreden uitspraak van het Hof voor algemeen nut beogende instellingen (hierna ook: anbi’s) met (betaalde) doelactiviteiten tot desastreuze gevolgen kan leiden, meer concreet met een intrekking van de anbi-status. Te denken valt aan musea en concertzalen, maar bijvoorbeeld ook aan dierentuinen.
“(..) De abonnementsprijs is niet kostendekkend. Belanghebbende heeft sinds haar oprichting ieder jaar verlies geleden met de door haar ontplooide activiteiten.”
“(..) Belanghebbende heeft daartegenover aangevoerd dat de kostprijs van [J] achterblijft bij de opbrengsten uit de abonnementsgelden (...)”
“Ook het feit dat belanghebbende (...) de mogelijkheid had en heeft om het nieuwsblad onder de kostprijs aan te bieden acht ik daarbij niet relevant (...)”
kerndoelstellingvan belanghebbende de uitgave van [J] is. Dit oordeel is onjuist en onbegrijpelijk in het licht van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd. De statutaire doelstelling kan redelijkerwijze niet anders worden gelezen dan dat daaruit voortvloeit dat de publicaties van belanghebbende in dienste staan van de verkondiging van de blijde boodschap van Jezus Christus zoals deze door de Katholieke Kerk wordt overgeleverd. Het uitgeven van [J] is derhalve middel om dit doel te bereiken, maar vormt geen doel op zich. Deze doelstelling wordt ook duidelijk uit de permanente verliesgevendheid van het blad.
4.Wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
BNB1986/103 (Muziekschriftarrest) overwogen: [25]
5.Eerste middel: geen commercieel tarief
rechtstreeksdient te beogen. In de jurisprudentie van de Hoge Raad heet dit dat moet ‘kunnen worden vastgesteld dat die werkzaamheden rechtsreeks erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen’. [55] Dat is weer te beoordelen op basis van de statuten en (vooral) de feitelijke werkzaamheden. [56] Het kwantitatieve criterium houdt in dat ‘het beoogde doel voor meer dan 90% ten bate van het algemeen belang moet strekken en niet ten bate van het particulier belang’. [57]
algemeen nuttige activiteitendie worden verricht tegen vergoeding. Commerciële activiteiten kenmerken zich volgens de wetgever namelijk ‘juist door het oogmerk een positief resultaat te generen ter financiering van de algemeen nuttige activiteiten van een ANBI, en dus door het tegen commerciële tarieven te worden verricht’. [80]