Voetnoten
2.Het betreft de zaak met nummer 15/03777.
3.Belastingdienst / [P] .
5.De in deze conclusie opgenomen citaten uit jurisprudentie en literatuur zijn veelal zonder daarin voorkomende voetnoten opgenomen. Citaten met een tekstbewerking, zoals onderstrepingen, vet- of cursiefzettingen, zijn veelal onbewerkt weergegeven.
6.Noot A-G: bedoeld zal zijn ‘ervaren’ en niet ‘aanvaren’.
7.Noot A-G: in de voetnoot in het origineel is vermeld: ‘In de literatuur worden dit ook wel “doelactiviteiten” genoemd, ter onderscheiding van de fondswervende activiteiten.’
8.Noot A-G: in het beroepschrift van 24 september 2015 is ‘censuur’ geschreven. In haar schrijven van 25 september 2015 heeft belanghebbende aangegeven dat zulks berust op een verschrijving. Bedoeld is uit te gaan van het woord ‘cesuur’.
9.Noot A-G: bedoeld zal steeds zijn ‘blijde boodschap’.
10.Noot A-G: bedoeld zal zijn
11.Wet van 22 december 2011 tot wijziging van enkele belastingwetten (Geefwet),
24.Wijziging van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2013, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 juni 2012, nr. DB 2012/248,
30.NDFR artikelsgewijs commentaar bij artikel 5b AWR (Definitie anbi), commentator S.J.C. Hemels, onderdeel 17.7. Online geraadpleegd op 16 maart 2016.
32.Noot A-G: bedoeld is de belanghebbende in de annexe zaak met nummer 15/03777.
34.I.J.F.A. van Vijfeijken, M.M.F.J. van Bakel en S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst,
35.Noot A-G: in de voetnoot in het origineel is te lezen: ‘De Hoge Raad heeft anders beslist in het tweede Scientology-arrest (HR 12 december 2014,
36.I.J.F.A. van Vijfeijken, M.M.F.J. van Bakel en S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst,
37.Noot A-G: de voetnoot in het origineel vermeldt: ‘Hetgeen kan leiden tot vennootschapsbelastingplicht.’
38.W.G. van Vliet, ‘Betaalde activiteiten bij anbi’s nog altijd onder vuur’,
39.M.M.F.J. van Bakel en S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst, ‘ANBI’s en commerciële activiteiten: wat mag (niet)?’,
40.M.M.F.J. van Bakel en S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst, ‘ANBI’s en commerciële activiteiten: wat mag (niet)?’,
41.Noot A-G: behalve op de onderhavige Hofuitspraak doelen de auteurs ook op Hof Arnhem-Leeuwarden 27 januari 2015, nr. 13/01081, ECLI:NL:GHARL:2015:536, 42.Noot A-G: Zie 4.27.
43.Noot A-G: de voetnoot in het origineel vermeldt: ‘Het hof blijkt immers wel op de hoogte te zijn van deze regelgeving. Zie (…) Hof Arnhem-Leeuwarden 4 februari 2014,
44.Zie 3.3. Zie ook r.o. 4.5.2 van de Hofuitspraak zoals opgenomen in 2.6.
45.Voor een uitgebreide beschouwing van de regelgeving omtrent algemeen nut beogende instellingen zij (tevens) verwezen naar mijn conclusie van 28 oktober 2015, nr. 14/06262, ECLI:NL:PHR:2015:2256, 46.Zie 4.2, 4.4 en 4.5.
47.Zie 4.3, 4.4 en 4.5.
48.Zie 4.3. Zie ook 4.8 tot en met 4.15.
49.Zie 4.15.
50.Zie 4.4.
51.Zie 4.13.
52.Zie 4.4 en 4.13.
53.Zie in dat verband meer uitgebreid mijn conclusie van 28 oktober 2015, als voornoemd.
54.Zie 4.2, 4.4, 4.5 en 4.6.
55.Zie 4.19. Zie ook 4.23. Zie nader inzake het
57.Zie 4.6. Zie ook 4.4 en 4.19.
58.Zie 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7 en 4.8. Het omvattende begrip ‘regelgeving van de instelling’ behelst: ‘de statuten, feitelijk en rechtens met de statuten overeenkomende interne regelgeving, wettelijke organisatieregels van publieke rechtspersonen en de kerkorden van de verschillende kerkelijke instellingen’. Zie: Wijziging van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2013, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 juni 2012, nr. DB 2012/248,
59.Zie 4.3. Zie ook 4,23, 4.24 en 4.25.
60.Zie 4.8.
61.Zie 4.6 en 4.7.
62.Zie 4.16 en 4.17. Zie ook 4.20.
63.Zie 4.15. Zie ook 4.3, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.12 alsmede 4.24 en verder.
64.Zie 4.15. Zie ook 4.24 en verder.
65.Zie 4.9. Zie verder ook 4.10, 4.11, 4.12, 4.23, 4.24 en 4.25. Onder opbrengsten wordt in dit kader verstaan ‘het (positieve) resultaat dat een commerciële activiteit per saldo oplevert’. Zie 4.9.
66.Zie 4.9. Zie verder ook 4.10, 4.11, 4.12, 4.23, 4.24 en 4.25. Onder opbrengsten wordt in dit kader verstaan ‘het (positieve) resultaat dat een commerciële activiteit per saldo oplevert’. Zie 4.9.
67.Zie 4.3.
68.Zie 4.3. Zie ook 4.8 tot en met 4.15, 4.24 en 4.25.
69.Zie 4.9.
70.Zie 4.3. Zie voorts 4.7, 4.9, 4.10, 4.12, 4.14, 4.15, 4.24 en 4.25.
71.Zie ook 4.14, 4.15, 4.24 en 4.25.
72.Zie ook 4.26 en 4.27.
73.Zie 4.15.
74.Zie 4.3. Zie ook 4.14 en 4.15.
75.Uit de regelgeving en de feitelijke werkzaamheden van de instelling moet voorts blijken ‘dat de instelling met het totaal van haar algemeen nuttige activiteiten geen winstoogmerk heeft’. Zie 4.3.
76.Zie 4.3. Zie ook 4.14 en 4.15.
77.Zie 4.15.
78.Zie 4.15. Zie ook 4.24, 4.25, 4.26 en 4.27.
79.Zie ook 4.23.
80.Zie 4.15. Kennelijk ligt reeds in dit winststreven besloten dat de onderwerpelijke activiteiten tegen commerciële tarieven worden verricht. In de literatuur is opgemerkt dat de UR AWR en de bijbehorende toelichting aldus ‘naadloos’ aansluiten op doel en strekking van het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1985, nr. 22 937,
81.Zie 4.15.
82.Zie 4.15.
83.Zie 4.15.
84.Zie r.o. 4.4 van de Hofuitspraak zoals opgenomen in 2.6. Zie voor het arrest Scientology-II 4.18.
85.Zie r.o. 4.4 van de Hofuitspraak.
86.Zie r.o. 4.5.2 van de Hofuitspraak.
87.Bovendien staat in dit arrest geen definitie van ‘commerciële tarieven’.
88.Zie 4.15.
89.Zie r.o. 2.5 van de Hofuitspraak zoals opgenomen in 2.1.
90.Zie r.o. 4.6 van de Hofuitspraak zoals opgenomen in 2.6. Zie ook 3.5 en 3.6.
91.Zie r.o. 4.6 van de Hofuitspraak zoals opgenomen in 2.6.
92.Zie r.o. 4.8 van de Hofuitspraak.
93.Zie r.o. 4.6 van de Hofuitspraak.
94.Zie r.o. 2.1 van de Hofuitspraak zoals opgenomen in 2.1.