Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 februari 2015.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1980 in Polen, stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 november 2013. Het cassatieberoep werd namens hem ingediend door mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
Het arrest werd uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 februari 2015, waarbij de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), N. Jörg en V. van den Brink betrokken waren. Het beroep werd verworpen en daarmee bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.