Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 februari 2015.
Hoge Raad
Op 3 februari 2015 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2013. Het beroep was ingesteld door verdachte, bijgestaan door mr. K. Renssen. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), N. Jörg en V. van den Brink.
Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam in de onderliggende strafzaak, waarmee het cassatieberoep van verdachte definitief is afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen.