Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [plaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 maart 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de koop van een assurantieportefeuille centraal waarbij een geschil ontstond over de toepassing en schorsing van relatie- en non-concurrentiebedingen. De voorzieningenrechter en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder uitspraak gedaan over de geldigheid en uitvoerbaarheid van deze bedingen.
De eiser stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof, waarbij hij onder meer de rechtsgeldigheid van de schorsing van de bedingen aanvocht. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de schorsing van het relatie- en non-concurrentiebeding gehandhaafd bleef. De uitspraak bevestigt de rechtspositie omtrent dergelijke bedingen bij de koop van assurantieportefeuilles.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het gerechtshof is bekrachtigd.