ECLI:NL:HR:2016:1163

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2016
Publicatiedatum
9 juni 2016
Zaaknummer
16/01015
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 129d WerkloosheidswetArt. 2 WerkloosheidswetArt. 3 WerkloosheidswetArt. 4 WerkloosheidswetArt. 5 Werkloosheidswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake Werkloosheidswet

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op haar beurt een hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland over een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Werkloosheidswet.

De Hoge Raad beoordeelde of het cassatieberoep was ingesteld wegens schending of verkeerde toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 en 14, eerste lid, van de Werkloosheidswet of de daarop berustende bepalingen. Dit bleek niet het geval, waardoor het beroep niet tot cassatie kon leiden.

De Hoge Raad vond geen gronden voor het opleggen van proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. De uitspraak werd gedaan door raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en M.E. van Hilten op 10 juni 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van schending of verkeerde toepassing van relevante wetsartikelen.

Uitspraak

10 juni 2016
Nr. 16/01015
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Centrale Raad van Beroepvan 23 december 2015, nr. 13/3712 WW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. 13/874) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Werkloosheidswet.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 129d van de Werkloosheidswet kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 en 14, eerste lid, van die wet en de daarop berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van een of meer van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2016.