Belanghebbende, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een informatiebeschikking op grond van artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. De uitspraak is op 29 januari 2016 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel.