Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
14 juni 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een nepvuurwapen, een pepperspray-wapen en munitie in zijn woning te Mariahout. Het Hof had vastgesteld dat de wapens en munitie op verschillende plaatsen in de woning waren aangetroffen en dat van de verdachte een redelijke verklaring mocht worden verlangd, welke uitbleef. Hierdoor achtte het Hof bewezen dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van deze voorwerpen.
De Hoge Raad bevestigde dat het Hof het bewijs en de omstandigheden juist had gewogen en dat het oordeel over het voorhanden hebben van de wapens en munitie niet onbegrijpelijk was. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatiefase was overschreden door te late aanlevering van stukken door het Hof, hetgeen aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis, stelde deze lager vast en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de strafrechtelijke veroordeling in stand gehouden met een aangepaste strafoplegging.
Uitkomst: Hoge Raad vermindert geldboete tot €950 en vervangende hechtenis tot 19 dagen wegens overschrijding redelijke termijn, veroordeling blijft in stand.