Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde middel
3.Beoordeling van het zesde middel
4.Beoordeling van het dertiende middel
5.Beoordeling van de overige middelen
6.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 5 juli 2016 het cassatieberoep van een notaris verworpen die werd veroordeeld voor valsheid in geschrift en medeplegen van witwassen in verband met vastgoedtransacties.
De zaak betreft een complexe vastgoedtransactie waarbij een pakket onroerend goed op 1 februari 2006 via meerdere tussenstappen werd doorverkocht. De notaris stelde koopovereenkomsten op waarin werd verklaard dat het vastgoed als beleggingsobject zou worden gebruikt, terwijl hij wist dat het pakket binnen enkele minuten werd doorverkocht met winst, zonder intentie tot belegging. Dit werd als valsheid in geschrift aangemerkt.
Daarnaast werd de notaris veroordeeld voor witwassen omdat hij zijn derdengeldrekening ter beschikking stelde voor het verbergen van de herkomst van miljoenen euro's afkomstig uit misdrijven. Hoewel het hof ten onrechte artikel 44 Sr Pro toepaste als strafverzwarende omstandigheid zonder dat dit was tenlastegelegd, leidde dit niet tot cassatie vanwege het ontbreken van een voldoende belang.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de dagvaarding geldig was en dat de bewijsvoering voldoende was om opzet op valsheid in geschrift aan te nemen. Het beroep werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de notaris tot vier jaar gevangenisstraf voor valsheid in geschrift en witwassen.