Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof de verzoeken tot oproeping van getuige [betrokkene 1] telkens (ik begrijp: tweemaal) heeft afgewezen op gronden die deze afwijzingen niet kunnen dragen dan wel in het licht van hetgeen ter onderbouwing van de verzoeken is aangevoerd onbegrijpelijk zijn.
[betrokkene 1], woont kennelijk nog steeds op Malta, geen bezwaar tegen verhoord door een rogatoire commissie, 1422 ev pv: waarom moeder bij verhoor? Beïnvloeding? Hij is in augustus 2009 aldaar begonnen met werken en niet zoals hij op blz 1423 stelt al in mei 2009.
nietvan doorslaggevende betekenis is voor het bewijs. Daarover overweegt het EHRM het volgende:
tweede middelbevat een viertal bewijsklachten en de klacht dat het onder 5. bewezenverklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd als oplichting. Voordat ik op de klachten in ga, zal ik eerst de bewezenverklaring en de door het hof gebezigde bewijsmiddelen weergeven.
Ten aanzien van het onder 1,4 en 5 bewezenverklaarde.
als aangifte van [betrokkene 7] namens [betrokkene 1] :
als verklaring verdachte:
Ten aanzien van het onder 2. 4 en 5 bewezenverklaarde.
als aangifte van [betrokkene 3]:
- als verklaring vanaangever [betrokkene 3] :
als aangifte van [betrokkene 2] :
als verklaring van[medeverdachte] :
verklaring van[betrokkene 5] :
als verklaring van [betrokkene 6] :
Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde.
[001]
[001]
[001]
[001]
- als verklaring van[verdachte] :
[001]Blad 00001
Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde,
nietricht tegen het onder 2. bewezen verklaarde feit.