Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
2 februari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014 in een TBS-zaak. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering nodig is, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, met raadsheren Splinter-van Kan en Buruma, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 2 februari 2016. Het beroep wordt verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.