Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
ofde toezichthoudende maatregel ten uitvoer moet worden gelegd en pas op dat moment worden de voorwaarden bij en de duur van de maatregel door de rechter vastgesteld. [10] De maatregel wordt slechts ten uitvoer gelegd indien dat op het moment van de feitelijke tenuitvoerlegging noodzakelijk is. Daardoor hoeft de rechter die de maatregel oplegt in het veroordelend vonnis niet te ver vooruit te kijken. Het is immers voor die rechter moeilijk om een inschatting te maken van de toekomstige persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en van de mate van succes van een mogelijke (tbs-)behandeling. [11] De beoordeling van het toekomstige recidiverisico die de rechter bij het opleggen van de maatregel dient te maken berust, aldus de wetgever, “niet zozeer op deze factoren, als wel op het type delict, waaraan mogelijk een verhoogd recidiverisico kleeft, de omstandigheden waaronder dat is begaan en eventuele eerdere strafbare feiten”. [12] Bij het opleggen van de maatregel
kande rechter alvast een indicatie geven van mogelijk te stellen voorwaarden. Dat hoeft hij derhalve niet te doen. [13] In hoger beroep kan (opnieuw of voor het eerst) een maatregel als bedoeld in art. 38z Sr worden opgelegd. Bij die beslissing zal de appelrechter net als de rechter in eerste aanleg alle feiten en omstandigheden van de individuele zaak betrekken, waaronder de ernst van het strafbaar feit waarvoor betrokkene is veroordeeld, de belangen van het slachtoffer en van de samenleving in het algemeen, de persoon van de dader en diens belangen, en deze belangen tegen elkaar afwegen. [14]