Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 september 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat hem veroordeelde voor twee gewapende overvallen in Utrecht, op de filialen van Zeeman en Blokker.
Verdachte bekende de overval op Blokker, maar ontkende de overval op Zeeman. Het hof baseerde de bewezenverklaring van de overval op Zeeman mede op de overeenkomsten in modus operandi en signalement tussen beide overvallen, die binnen een week en op korte afstand van elkaar plaatsvonden.
Het hof nam onder meer het neerleggen van een artikel, het hanteren van een mes op specifieke wijze, en het dragen van een zwarte zonnebril, pet met Puma-logo, donkere schoenen met witte zolen en een zwarte rugtas met blauwe kenmerken in aanmerking. Ook camerabeelden ondersteunden de gelijkenis in postuur en gezichtsvorm.
De Hoge Raad oordeelde dat het gebruik van schakelbewijs niet beperkt is tot gevallen waarin de modus operandi steunt op meerdere bewezen feiten en dat het oordeel van het hof toereikend gemotiveerd is. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring van de overval op Zeeman en verwerpt het cassatieberoep.