Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof een verkeerde uitleg heeft gegeven aan zich wederrechtelijk de toegang verschaffen als bedoeld in art. 197a Sr.
tweede middelhoudt in dat het hof heeft verzuimd te beslissen op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten, nu geen sprake is van het zich wederrechtelijk verschaffen van toegang tot Nederland in de zin van artikel 197a Sr door de in de tenlastelegging bedoelde personen.
derde middelhoudt in dat het in de zaak met parketnummer 08-963647-14 onder 1 bewezenverklaarde feit niet kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen.
vierde middelklaagt dat het hof heeft verzuimd te motiveren waarom het voorbij is gegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte niet wist noch ernstige reden had om te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was, temeer niet nu niet bij voorbaat sprake was van personen die de toegang tot Nederland niet aan enige titel van nationale of internationale herkomst konden ontlenen.
vijfde middelklaagt over de verwerping van het beroep op een rechtvaardigingsgrond, en wel omdat het is gebaseerd op de onterechte aanname dat de verdachte op aanzienlijk grotere schaal personen heeft gesmokkeld, terwijl de juistheid van die aanname niet rechtens vaststaat.
De toepasselijkheid van een rechtvaardigingsgrond
zesde middelklaagt dat het beroep op een rechtvaardigingsgrond op ontoereikende gronden is verworpen, omdat de omstandigheid dat de, met behulp van de in de woning van de verdachte aangetroffen pasfoto’s vervalste paspoorten, afkomstig waren van woninginbraken, niet uitsluit dat de verdachte heeft gehandeld op humanitaire gronden.
zevende middelklaagt dat het hof bij de verwerping van het beroep op een rechtvaardigingsgrond in het midden heeft gelaten of de met de bewezenverklaarde feiten verdiende geldbedragen al dan niet aan de verdachte ten goede zijn gekomen.
achtste middelhoudt in dat het hof heeft verzuimd te motiveren waarom het voorbij is gegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde niet gepaard is gegaan met de schending van mensenrechten.
negende middelklaagt dat het hof heeft verzuimd te motiveren waarom het voorbij is gegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht niet zodanig is geweest dat dit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen.