Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
13 september 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een doodslag op 7 juli 2013 te IJmuiden waarbij de verdachte het slachtoffer met een vuurwapen heeft geschoten, waarna het slachtoffer overleed. Het hof Amsterdam oordeelde dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer heeft aanvaard, gebaseerd op de uiterlijke handelingen van de verdachte.
De verdediging voerde aan dat het schot per ongeluk ging en dat de verdachte dacht dat het wapen op veilig stond. Deskundigen stelden dat het wapen niet spontaan kon afgaan zonder overhalen van de trekker, en dat de verdachte zich bewust was van het geladen wapen. Het hof concludeerde dat de verdachte de trekker bewust heeft overgehaald.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor bewuste schuld versus voorwaardelijk opzet en oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, mede omdat het bewijsmiddel inhoudt dat het wapen op verzoek van het slachtoffer werd getoond en bij het tonen opeens afging. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende motivering bewuste schuld; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.