Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
20 september 2016.
Hoge Raad
In deze economische strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof de vraag of het hof terecht had geoordeeld dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk was in het hoger beroep.
De Hoge Raad overweegt dat de beslissing van de rechtbank tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie een einduitspraak is in de zin van artikel 138 Sv Pro, waartegen hoger beroep openstaat volgens artikel 404 lid 1 Sv Pro. Het hof had deze niet-ontvankelijkverklaring ten onrechte bevestigd zonder voldoende motivering.
Hoewel het vonnis van de rechtbank niet aan de voorschriften van artikel 358 en Pro 359 Sv voldeed, doet dit niet af aan het feit dat het een einduitspraak betreft waartegen hoger beroep mogelijk is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.