ECLI:NL:HR:2016:2284

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2016
Publicatiedatum
6 oktober 2016
Zaaknummer
16/02959
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens gebrek aan belang en gegrondheid

In deze zaak heeft verzoeker zich met meerdere brieven tot de Hoge Raad gewend met verzoeken tot cassatie tegen diverse beslissingen van onder meer de Kamer voor gerechtsdeurwaarders, het tuchtcollege gezondheidszorg en rechtbanken.

De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoepen op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering (RO), omdat verzoeker onvoldoende belang heeft bij de cassatie en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en geoordeeld dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Du Perron en Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en gegrondheid.

Uitspraak

7 oktober 2016
Eerste Kamer
16/02959
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding

Bij brieven van 26 januari, 2, 6, 13, 22 en 29 februari, 7, 9 en 29 maart en 9 april 2016 heeft [verzoeker] zich tot de Hoge Raad gewend. Deze brieven bevatten verzoeken van [verzoeker].
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoepen, met toepassing van art. 80a lid 1 RO.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 7-26).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
7 oktober 2016.