Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.Slotsom
4.Beslissing
16 februari 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof onder meer de verplichting tot deelname aan een alcoholslotprogramma, zoals eerder besproken in het arrest van 29 september 2015.
Na het instellen van het cassatieberoep heeft de raadsman van de verdachte gemeld dat de verdachte op 1 maart 2015 is overleden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering ambtshalve.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging. De Hoge Raad volgde dit advies, vernietigde het arrest van het Gerechtshof en het vonnis van de Politierechter en verklaarde de Officier van Justitie niet-ontvankelijk. Hiermee werd de strafzaak definitief beëindigd vanwege het overlijden van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk wegens overlijden van de verdachte en vernietigt eerdere uitspraken.