ECLI:NL:HR:2016:242

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2016
Publicatiedatum
16 februari 2016
Zaaknummer
14/04781
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest en niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overlijden verdachte

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof onder meer de verplichting tot deelname aan een alcoholslotprogramma, zoals eerder besproken in het arrest van 29 september 2015.

Na het instellen van het cassatieberoep heeft de raadsman van de verdachte gemeld dat de verdachte op 1 maart 2015 is overleden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering ambtshalve.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging. De Hoge Raad volgde dit advies, vernietigde het arrest van het Gerechtshof en het vonnis van de Politierechter en verklaarde de Officier van Justitie niet-ontvankelijk. Hiermee werd de strafzaak definitief beëindigd vanwege het overlijden van de verdachte.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk wegens overlijden van de verdachte en vernietigt eerdere uitspraken.

Uitspraak

16 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/04781
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2014, nummer 23/003872-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

1.1.
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.F. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
1.2.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2855, bepaald dat de raadsman van de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld om binnen acht weken stukken in te zenden waaruit blijkt dat aan de verdachte de verplichting is opgelegd tot deelname aan een alcoholslotprogramma.
1.3.
De raadsman heeft bij brief van 1 december 2015 medegedeeld dat de verdachte is overleden.
1.4.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behalve voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.

2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 1 maart 2015 aldaar overleden.
Daarom is volgens art. 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3.Slotsom

Uit het voorgaande vloeit voort dat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam en de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam;
verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 februari 2016.