ECLI:NL:PHR:2016:43

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2016
Publicatiedatum
16 februari 2016
Zaaknummer
14/04781
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring vervolging wegens overlijden verdachte in alcoholslotprogrammazaak

In deze zaak betrof het een vervolging in verband met de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma (asp). De advocaat van de verdachte had aangevoerd dat sprake was van dubbele vervolging, hetgeen nader moest worden onderbouwd met betrouwbare bescheiden.

Echter, uit een gewaarmerkt afschrift van de burgerlijke stand van Amsterdam bleek dat de verdachte op 1 maart 2015 was overleden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering.

De Hoge Raad oordeelde daarom dat de bestreden uitspraak van het Hof Amsterdam van 28 maart 2014 niet in stand kan blijven, behalve voor zover het vonnis van de Politierechter Amsterdam van 21 augustus 2013 was vernietigd. Het Openbaar Ministerie dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.

Deze conclusie vervangt een eerdere conclusie van 8 september 2015 en leidt tot vernietiging van het bestreden arrest, behoudens het genoemde deel, en tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens overlijden van de verdachte.

Conclusie

Nr. 14/04781
Mr. Machielse
Zitting 26 februari 2016
Vervangende conclusie inzake:
[verdachte]
1. Op 8 september 2015 heb ik in deze zaak geconcludeerd.
2. Op 29 september 2015 heeft de Hoge Raad in een tussenarrest de advocaat van verdachte de gelegenheid geboden om zijn stelling dat sprake is van een dubbele vervolging in die zin dat de verdachte ter zake van hetzelfde feit de verplichting is opgelegd tot deelname aan het asp, alsnog te staven door de overlegging van bescheiden aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld.
3. Blijkens een door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente, is de verdachte op 1 maart 2015 aldaar overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
4. Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak van het Hof Amsterdam van 28 maart 2014 niet in stand kan blijven, behalve voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter Amsterdam van 21 augustus 2013 is vernietigd, en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
5. Deze conclusie strekt tot vervanging van mijn eerder genomen conclusie, tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behalve voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden