Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
4 november 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) centraal, op grond van het ontstaan van nieuwe schulden door de verzoeker. De rechtbank Gelderland had eerder uitspraken gedaan over de insolventie van verzoeker, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het geschil behandelde en een arrest wees.
Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarin het hof de tussentijdse beëindiging van de WSNP had bevestigd. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens verworpen zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest bevestigt daarmee de rechtspraak omtrent de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de regels omtrent de informatieplicht van schuldenaren in de WSNP bij het ontstaan van nieuwe schulden tijdens de sanering. De uitspraak is gewezen door raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.