ECLI:NL:HR:2016:2519

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2016
Publicatiedatum
4 november 2016
Zaaknummer
16/03062
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging WSNP bij nieuwe schuld en informatieplicht

In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) centraal, op grond van het ontstaan van nieuwe schulden door de verzoeker. De rechtbank Gelderland had eerder uitspraken gedaan over de insolventie van verzoeker, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het geschil behandelde en een arrest wees.

Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarin het hof de tussentijdse beëindiging van de WSNP had bevestigd. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens verworpen zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt daarmee de rechtspraak omtrent de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de regels omtrent de informatieplicht van schuldenaren in de WSNP bij het ontstaan van nieuwe schulden tijdens de sanering. De uitspraak is gewezen door raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

4 november 2016
Eerste Kamer
16/03062
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. K. Aantjes.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak met het insolventienummer C/05/14/1072 R van de rechtbank Gelderland van 24 november 2014 en 10 maart 2016;
b. het arrest in de zaak 200.187.680 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
4 november 2016.