ECLI:NL:HR:2016:2632

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
15/01945
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen wanprestatie gemeente bij gebrek in bestemmingsplan

In deze zaak stond centraal of de gemeente Goeree-Overflakkee wanprestatie had gepleegd jegens projectontwikkelaar De Eylanden B.V. door een gebrek in het bestemmingsplan dat de uitvoering van een samenwerkingsovereenkomst belemmerde. De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag hadden eerder geoordeeld dat er geen sprake was van wanprestatie door de gemeente.

De gemeente stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de gemeente verworpen, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde de gemeente in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Deze uitspraak bevestigt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van bestuursrechtelijke beslissingen omtrent ruimtelijke ordening en contractuele verplichtingen tussen gemeenten en projectontwikkelaars.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de gemeente geen wanprestatie heeft gepleegd.

Uitspraak

18 november 2016
Eerste Kamer
15/01945
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de GEMEENTE GOEREE-OVERFLAKKEE,
zetelende te Middelharnis,
gemeente Goeree-Overflakkee,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
DE EYLAENDEN B.V.,
gevestigd te Naaldwijk, gemeente Westland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en de Eylanden.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/10/407723/HA ZA 12-732 van de rechtbank Rotterdam van 24 oktober 2012 en 11 september 2013;
b. het arrest in de zaak 200.136.428/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 januari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Eylanden heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de Gemeente heeft bij brief van 7 oktober 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Eylaenden begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
18 november 2016.