ECLI:NL:HR:2016:2670

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2016
Publicatiedatum
24 november 2016
Zaaknummer
12/05757
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over proceskosten bij vernietiging uitspraak hof in belastingzaak

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. Het hof had in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank Breda vernietigd en het beroep van de inspecteur ongegrond verklaard.

De Hoge Raad overwoog dat het enkel feit dat het hof de uitspraak van de rechtbank vernietigt, niet automatisch leidt tot een proceskostenveroordeling van de inspecteur op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hof had zijn beslissing omtrent de proceskosten onvoldoende gemotiveerd en er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het hof-arrest dat de proceskosten betrof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.

Het cassatieberoep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, het incidentele cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën werd gegrond verklaard. Er werd geen veroordeling in proceskosten door de Hoge Raad uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de proceskostenveroordeling van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.

Uitspraak

25 november 2016
nr. 12/05757
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 2 november 2012, nr. 08/00581, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda (nr. AWB 07/3276) betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan accijns. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft het incidentele beroep in cassatie beantwoord.
Belanghebbende heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op het arrest van 12 mei 2016, Toorank Productions B.V., gevoegde zaken C-532/14 en C-533/14, ECLI:EU:C:2016:337, BNB 2016/173, van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
2. Beoordeling van de door belanghebbende in het principale beroep voorgestelde middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het door de Staatssecretaris in het incidentele beroep voorgestelde middel
Het middel richt zich tegen de beslissing van het Hof de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende op de grond dat de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd.
Het middel slaagt. De enkele omstandigheid dat het gerechtshof de in hoger beroep bestreden uitspraak van de rechtbank vernietigt, levert geen grond op voor een veroordeling op de voet van artikel 8:75 Awb Pro van de inspecteur wiens hoger beroep heeft geleid tot die vernietiging en tot ongegrondverklaring van het bij de rechtbank ingestelde beroep. Aangezien het Hof zijn bestreden beslissing niet van een verdere motivering heeft voorzien en voorts noch uit de uitspraak van het Hof noch uit de stukken van het geding blijkt van omstandigheden die een uitzondering op de hiervoor weergegeven regel rechtvaardigen, kan ’s Hofs uitspraak in zoverre niet in stand blijven.

4.Slotsom

Gelet op hetgeen hiervoor in onderdeel 3 is overwogen moet verwijzing volgen.

5.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond,
verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover het betreft de beslissing omtrent de proceskosten, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2016.