Belanghebbende, een B.V., was betrokken bij een geschil over naheffingsaanslagen fosfaat- en stikstofheffing en de daarbij gegeven boetebeschikkingen. Na vernietiging van een eerdere uitspraak door de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.
In het tweede cassatieberoep werd onder meer geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Hoge Raad bevestigde dat klachten over termijnoverschrijding ook kunnen worden opgevat als verzoeken om vergoeding van immateriële schade, ook als dit niet expliciet is gevraagd.
De Hoge Raad stelde dat het tijdsverloop tussen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden geen overschrijding van de redelijke termijn oplevert, mede gelet op de omstandigheden en de jurisprudentie omtrent termijnen bij verwijzing.
De overige middelen werden verworpen zonder nadere motivering, en de Hoge Raad wees proceskosten af. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.