Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2011. Het hof had eerder het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag behandeld.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de aangevoerde middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden. Dit omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 25 november 2016 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel.