Uitspraak
1.De bestreden uitspraak
2.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 december 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij sprake was van braak om toegang te verkrijgen tot het misdrijf. Het Hof legde een taakstraf van 90 uur op, subsidiair 45 dagen hechtenis.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest bevestigt dat het Hof terecht is uitgegaan van medeplegen en de kwalificatie van poging tot diefstal met braak. De Hoge Raad verwierp het beroep en handhaafde de opgelegde straf.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de taakstraf van 90 uren wegens medeplegen poging tot diefstal.