Uitspraak
wonende te [woonplaats] , Duitsland,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
4.Beslissing
16 december 2016.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [eiser] en [verweerster] over de gevolgen van de verkoop van een voormalige boerderij met agrarische bestemming aan [betrokkene] c.s. De woning werd in 1995 door partijen gezamenlijk gekocht en in 2007 verkocht. Na de verkoop stelde [betrokkene] c.s. dat sprake was van dwaling en een schending van de mededelingsplicht over de agrarische bestemming, wat leidde tot een vordering tot prijsvermindering.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof veroordeelde [eiser] en [verweerster] hoofdelijk tot betaling van € 70.000,-- aan [betrokkene] c.s. Tevens werd in de vrijwaringszaak [verweerster] veroordeeld om [eiser] te vrijwaren voor deze aanspraken. De Hoge Raad overwoog dat de mededelingsplicht van [verweerster] jegens [betrokkene] c.s. prevaleert boven de onderzoeksplicht van koper, en dat de vordering van [betrokkene] toewijsbaar is.
Echter, omdat de Hoge Raad in de hoofdzaak het arrest vernietigde en verwees naar een ander gerechtshof, kon het arrest in de vrijwaringszaak niet in stand blijven. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest in de vrijwaringszaak voor zover het de hoofdsom betreft en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de vrijwaringszaak betreft en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.