In deze zaak heeft de belanghebbende cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor de jaren 2011 tot en met 2013.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. Hierbij is overwogen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.