ECLI:NL:HR:2016:306

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2016
Publicatiedatum
23 februari 2016
Zaaknummer
14/05809
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 11 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam in strafzaak

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 november 2014. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld, dat is beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

De Hoge Raad bevestigt hiermee het arrest van het Gerechtshof, waarmee het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 23 februari 2016. De vice-president W.A.M. van Schendel was voorzitter, met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan.

Deze uitspraak betreft een zuivere procedurele beoordeling van het cassatiemiddel zonder inhoudelijke herbeoordeling van de feiten of strafmotivering. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en bevestigt de eerdere rechtspraak zonder nadere motivering.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

23 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/05809
IC/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 november 2014, nummer 23/002507-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 februari 2016.