Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 3.
tweede middelklaagt over de strafmotivering.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift en deelname aan een criminele organisatie, onderdeel van het omvangrijke Klimoponderzoek naar vastgoedfraude waarbij meer dan 200 miljoen euro werd onttrokken aan grote pensioenfondsen.
De verdachte, eigenaar van een assurantiebedrijf, fungeerde als doorgeefluik door op aanwijzing van medeverdachten valse facturen te versturen namens een speciaal opgerichte vennootschap. Hoewel hij aanvankelijk dacht aan een legitieme samenwerking, moest hij volgens het hof vanaf het moment van het versturen van de eerste valse factuur weten dat het om een criminele organisatie ging.
De verdediging voerde aan dat de verdachte naïef was en niet wist van het criminele oogmerk, maar het hof verwierp dit en wees op de omvangrijke bewijslast, de rol van de verdachte als faciliterend tussenpersoon en zijn persoonlijke voordeel. Ook de strafmotivering door het hof werd door de Hoge Raad als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Hoge Raad vond geen gronden voor vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling en de straf van 16 maanden gevangenisstraf definitief bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 16 maanden gevangenisstraf voor deelname aan een criminele organisatie en valsheid in geschrift.