ECLI:NL:HR:2016:341

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 februari 2016
Publicatiedatum
25 februari 2016
Zaaknummer
15/01708
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bewijslast huwelijksvermogensrecht bij opname van gezamenlijke rekening

In deze zaak staat centraal de bewijslast bij opname van bedragen van een gezamenlijke rekening vóór de peildatum in het kader van het huwelijksvermogensrecht. De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam, waarin het hof een eerdere beslissing van de rechtbank bevestigde.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van rechtbank en hof en constateert dat de klachten van de vrouw niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De advocaat-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, waarop de vrouw heeft gereageerd.

Uiteindelijk oordeelt de Hoge Raad dat het cassatieberoep niet slaagt en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hiermee blijft de beslissing van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

26 februari 2016
Eerste Kamer
15/01708
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/13/487586/FA RK 11-3083 van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2012 en 4 december 2013;
b. de beschikkingen in de zaken 200.142.893/01 en 200.142.893/02 van het gerechtshof Amsterdam van 13 januari 2015 en van 3 maart 2015 (herstelbeschikking).
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 13 januari 2015 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 december 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 februari 2016.