Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
art. 245 Sr Pro opleveren.
3.Beslissing
15 maart 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een vijftienjarige verdachte die tussen november 2012 en maart 2013 meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een twaalfjarig meisje. Het hof had geoordeeld dat deze handelingen ontuchtig waren in de zin van art. 245 Sr Pro, mede gelet op het leeftijdsverschil, de ontwikkelingsfase van beide partijen, het ontbreken van een gelijkwaardige verhouding en de omstandigheden waaronder de handelingen plaatsvonden.
De verdediging voerde aan dat het ontuchtige karakter ontbrak vanwege vrijwilligheid en geringe leeftijdsverschillen, maar het hof verwierp dit. Het hof stelde vast dat verdachte en aangeefster elkaar nauwelijks kenden, dat verdachte dominant kon optreden en dat de seksuele handelingen plaatsvonden in een schuurtje, wat het grensoverschrijdende karakter versterkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de handelingen ontuchtig zijn volgens art. 245 Sr Pro. Hierbij werd gewezen op de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie, die benadrukken dat art. 245 Sr Pro de seksuele integriteit van jeugdigen beschermt die niet in staat worden geacht deze zelf te bewaken. Het oordeel van het hof over de ontuchtigheid is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie slechts beperkt worden getoetst.
Het beroep van verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de seksuele handelingen van de vijftienjarige met de twaalfjarige ontuchtig zijn volgens art. 245 Sr en verwerpt het cassatieberoep.