Belanghebbende registreerde in maart 2012 een gebruikte auto uit een andere EU-lidstaat en betaalde BPM op basis van een koerslijst van Autotelex. Zij maakte bezwaar tegen het BPM-bedrag en stelde een lagere waarde vast via een andere koerslijst (XRAY). De Inspecteur wees het bezwaar af omdat de Wet BPM niet toestaat na aangifte een andere afschrijvingsmethode te gebruiken.
Het Hof bevestigde dit standpunt, maar de Hoge Raad oordeelt dat het Hof te strikt was. De Wet BPM beperkt inderdaad het gebruik van andere gegevens na aangifte, maar staat toe dat via rechtsmiddelen een andere methode wordt gekozen als geen tweede controle van het voertuig nodig is en een vergelijking van gegevens volstaat.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt het vonnis van de Rechtbank dat de lagere waarde volgens de XRAY-koerslijst kan worden gehanteerd. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van cassatie en de Inspecteur in die van het hoger beroep.