Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
29 maart 2016.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de invoer van capsules met het ingrediënt Aloë capensis centraal, waarbij het hof oordeelde dat Aloë capensis niet gelijk is aan Aloë vera en dus niet onder de vrijstelling viel. Het hof baseerde dit oordeel deels op gegevens afkomstig van internetbronnen die het als algemeen bekend beschouwde.
De verdediging stelde dat Aloë capensis hetzelfde is als Aloë vera, onderbouwd met een e-mail van een botanische deskundige en internetbronnen. Het hof verwierp dit en stelde op basis van internationale botanische documenten en farmacopoeia dat Aloë capensis een mengsel is van Aloe ferox en aanverwante soorten, die niet onder de vrijstelling vallen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat gegevens van internetbronnen zonder meer als feiten van algemene bekendheid kunnen worden aangemerkt. Zulke feiten moeten geen specialistische kennis vergen en redelijkerwijs niet betwistbaar zijn. Ook heeft het hof het voorschrift van artikel 301, vierde lid, Sv niet in acht genomen, omdat deze gegevens niet ter terechtzitting zijn besproken.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.